Informatie

Onderweg

 

Onderweg zijn met een groep kinderen kan voor de nodige stress zorgen. We geven je graag enkele tips en tricks mee om de verplaatsing vlot te laten verlopen. 

 

Vooraf

Duidelijke afspraken

 

  • Bespreek met de leerlingen het belang van verkeersveiligheid en verkeersregels. Wijs ook op beleefdheid en respect voor anderen tijdens de wandeling. Denk vooraf na over de groepsindeling: werken de leerlingen in vaste duo’s of mogen ze hun eigen vriendjes kiezen?
  • Bepaal hoe de groep zich opstelt. Spreek af wie vooraan loopt, wie achteraan blijft, en waar gestopt wordt, bijvoorbeeld bij elk kruispunt of op de hoek van een straat. Bij jonge kleuters kan een ringtouw helpen om de groep bij elkaar te houden.

 

Leerdoelen koppelen

 

  • Gebruik de uitstap om verkeersopvoeding concreet te maken. Laat leerlingen verkeersborden, wegmarkeringen en andere elementen in de praktijk herkennen. Oefen vooraf op school, bijvoorbeeld op de speelplaats, zodat kleuters vertrouwd raken met de basisregels.
  • Laat oudere leerlingen kaartlezen en in groepjes verschillende trajecten uitstippelen. Ze kunnen bijvoorbeeld zoeken naar de snelste, veiligste of mooiste route. Bij gebruik van openbaar vervoer kunnen ze dienstregelingen van metro, tram of bus raadplegen en een traject plannen.

 

Rollen en verantwoordelijkheden

 

  • Bespreek met leerlingen welke rollen en taken ze onderweg hebben, zoals de klas helpen bij het oversteken, de route volgen of toezicht houden op jongere leerlingen. Dit bevordert zelfstandigheid en betrokkenheid.

 

Tijdens de wandeling

Leerplezier en groepssfeer

 

  • Om spanningen en ruzie te voorkomen, kun je onderweg kleine opdrachten en spelletjes aanbieden. Laat leerlingen bijvoorbeeld letters, getallen, woorden, kleuren of vormen zoeken, of speel “Ik zie, ik zie wat jij niet ziet”.
  • Breid het leerplezier uit door taalspelletjes, rekenopdrachten of stapliedjes in te lassen. Zo combineer je beweging met leren op een speelse manier. Laat leerlingen ook taken op zich nemen en verantwoordelijkheden dragen, zodat ze actief betrokken blijven.

 

Cultuur en omgeving

 

  • Maak gebruik van de omgeving en het Brusselse erfgoed. Wijs leerlingen op architecturale elementen, gevels, standbeelden of andere interessante details. Zo wordt de wandeling ook een culturele ontdekkingstocht.

 

Verkeer en veiligheid

 

  • Kijk samen met leerlingen naar verkeersborden, wegmarkeringen en andere signalen die de veiligheid van alle weggebruikers waarborgen. Bespreek waarom bepaalde regels bestaan en hoe je veilig overstekt of fietst.

 

Herkenbaarheid en praktische zaken

 

  • Gebruik hesjes van de school zodat de groep goed zichtbaar is. Weet waar drinkwaterfonteinen en openbare toiletten zich bevinden, vooral bij warme dagen of dringende plaspauzes.
  • Extra begeleiding door ouders, grootouders of vrijwilligers kan nuttig zijn. Maak vooraf duidelijke afspraken over hun rol en wat van hen verwacht wordt.

 

Fotomomenten

 

  • Neem een fototoestel mee om onderweg leuke momenten vast te leggen. Foto’s kunnen gebruikt worden om achteraf te reflecteren, herinneringen te bewaren of op de klas- of schoolwebsite te plaatsen.

 

Na de uitstap

Reflectie en evaluatie

 

  • Bespreek met de leerlingen hoe de wandeling verliep. Waren alle afspraken duidelijk en werden ze nageleefd? Waren er gevaarlijke situaties en hoe zijn die opgelost? Wat viel onderweg op of was leuk om te ontdekken?
  • Evalueer wat goed ging en wat volgende keer beter kan. Gebruik deze feedback om toekomstige uitstappen veiliger, leuker en leerzamer te maken.

 

Terugkoppeling en verwerking

 

  • De foto’s en observaties kunnen gebruikt worden om een verslag te maken, een herinnering op te hangen in de klas of een verslag op de schoolwebsite te plaatsen. Zo krijgt de uitstap een vervolg en blijven de ervaringen zichtbaar voor iedereen.